Wij hebben kleinkinderen die met enige regelmaat op de meest rare tijden bij ons binnen komen vallen. Dan staat er ’s morgens om tien uur eentje voor de deur, dan komt een ander weer om half een “om gezellig even mee te eten”. Lastig, nee, we vinden het geweldig. Nu moet ik er wel bij vertellen dat ze in de leeftijdscategorie zitten van 25 tot 15 jaar. Binnen 10 jaar hadden we onze familie met zeven leden uitgebreid. Nou ja, we, onze kinderen dan. We hebben er zelfs eentje die altijd binnenstapt met de boodschap “ik kom even kijken of alles goed gaat met mijn opa en oma”. Prachtig toch!

Laatst was ik bezig met de blog voor IntermeZZo en kwam hij weer binnen met zijn standaard begroeting. Na het uitwisselen van de “hoe gaat het” vragen kwam ik met deze negentienjarige kleinzoon in een heel serieus gesprek. Nu moet ik er bij vertellen dat hij nog studeert. Hij is slim, trekt voldoende tijd voor zijn studie uit en haalt goede cijfers. Ik zeg dit omdat hij een erg druk mens is. Om zijn zakgeld te verruimen werkt hij zaterdags bij een garage aan de benzinepomp en is niet te beroerd om ook doordeweeks ’s avonds tegen een geringe extra vergoeding een dienstje over te nemen van een collega. Ik vroeg hem of hij zich niet te druk maakte. Het is bij hem studeren en/of werken. Oh nee, zei hij, daar was geen sprake van. Hij hield nog voldoende tijd over om een deel van het verdiende geld met vrienden op te maken aan etentjes en drankjes en allerlei zaken die hij van zijn ouders zelf moet betalen, waaronder zijn telefoon.

Maar vroeg hij “hoe deed jij dat dan vroeger want papa vertelde me dat je al heel vroeg ging werken omdat je niet wilde leren”. Ja, toen moest ik met de billen bloot.Ik vertelde hem dat ik na de middelbare school inderdaad geen zin meer had in nog meer dagschool. Bovendien wilde ik iets leren met mijn handen. Achter een bureau zitten leek me een marteling. Dus ging ik werken als leerling elektricien maar wel naar de Avond-MTS om de benodigde vakdiploma’s te halen. Dat dat redelijk lukte en ik daarna in militaire dienst moest waar ik gratis een aanvullende elektronica opleiding kreeg. Daarna studeerde ik verder, ook in de avonduren. Hij vond het een mooi verhaal, krabde zich eens door zijn blonde haar en zei toen “dan zul je je nu als pensionado af en toe wel vervelen want dan had je vroeger ook een goed bezet leven”. Ik keek hem eens goed aan maar er was geen sprake van ironie of sarcasme. Dus kon ik lachend zeggen dat oma en ik een prachtig leven hebben. Op de eerste plaats omdat heel veel mensen van onze leeftijd alleenstaand zijn (geworden) maar wij nog steeds samen zijn. Dat we een leuk huisje met tuin hebben, er iedere maand een financiële tegemoetkoming op onze rekening wordt gestort en dat we gezonde en gelukkige kinderen en kleinkinderen hebben. We houden van de natuur, wandelen en fietsen als de temperatuur goed is, houden van lezen en als het al te benauwd wordt in huis gaan we er een paar dagen op uit.

Zijn reactie was: “Dus jullie vinden inderdaad ook dat de ouderen in Nederland het heel goed hebben?” Ja, toen werd het even echt ernstig. Ik heb hem verteld van ouderen die op de voedselbank zijn aangewezen, die te weinig geld hebben om van te leven en net iets te veel hebben om dood te gaan. Mensen die het minder getroffen hebben en die, nog afgezien van de financiële problemen en sores, ook nog eens alleen zijn. Hij zei weinig, knikte zo nu en dan en zei, “opa, je bent een geluksvogel. Wij hebben ons erg veel zorgen gemaakt toen je kanker had en daar ben je erg goed uitgekomen. En zo’n oude dag als jullie hebben, daar teken ik voor”.

“Ga je nog stemmen”, vroeg ik.
“Ja, natuurlijk opa en ik weet nu ook waarop en op wie”.
Binnen de kortste keren was hij weer weg. Oma zei niets, ze lachte alleen even.
Ik ben een nieuwe IntermeZZo-blog begonnen want dit verhaal moest ik even kwijt.

Jan Pot