Dit jaar zou mijn vader 100 jaar zijn geworden. Zijn geworden want hij werd slechts 72. Geboren in 1917, gehuwd in 1940, twee keer weduwnaar geworden en in twee huwelijken acht kinderen op de wereld gezet. Ik denk niet dagelijks aan hem maar het gekke is dat ik bij problemen, bij uitbundige vreugde en diep verdriet altijd aan hem moet denken. Hij had geen makkelijk leven. Geboren in de verkeerde tijd? Hij was nog maar net getrouwd of de oorlog brak uit. Toen de oorlog afgelopen was (waarin hij moest onderduiken) had hij drie kleine kinderen en een ernstig zieke vrouw die korte tijd later overleed aan kanker. Wat voor soort kanker het was weet ik niet. Daar vroeg je als jochie van vijf niet naar.


Het leek trouwens dat aan mijn moeders kant de kanker in de familie zat. Het gezin bestond uit 5 kinderen waarvan er drie op jonge leeftijd direct na de oorlog aan de gevreesde ziekte overleden. Begin zestiger jaren overleed mijn oma (mijn moeders moeder) en korte tijd later een broer van mijn moeder. Ook beiden aan kanker.
Wat moet die man, mijn vader, een verdriet gekend hebben. Toch, en daarom moet ik vaak aan hem denken in moeilijke tijden, was hij altijd opgewekt en optimistisch. Hij probeerde zo goed mogelijk voor zijn kinderen te zorgen en probeerde ons altijd te stimuleren de moed er in te houden en het goede te doen. Nu, achteraf, weet ik dat hij ook vaak de verkeerde beslissingen nam die voor zijn gezin en kinderen niet altijd goed uitpakten. Lange tijd in mijn leven dacht ik “dat zou mij nooit gebeuren, dat zou ik anders gedaan hebben”. Nu ik ouder ben dan mijn vader ooit geworden is weet ik dat het makkelijk is achteraf commentaar te leveren. Ouder (en wijzer?) geworden bewonder ik hem om zijn levenshouding. Hij heeft zich er toch altijd maar doorheen geslagen. Liep niet met zijn verdriet te koop en beklaagde zich nooit. Werkte hard, deed wat wij nu noemen veel vrijwilligerswerk en was actief in de politiek. Hij was en is een voorbeeld. In de goede dingen die hij deed en die ik klakkeloos kon overnemen maar ook in de leerweg beter na te denken bij het nemen van beslissingen. Juist om te voorkomen dat ik ook in mijn goedheid of onnadenkendheid dezelfde fouten zou maken.
Kun je nu zeggen dat mijn ouders en hun naasten in de verkeerde tijd hebben geleefd? Pa heeft me eens verteld dat de huisarts bij het overlijden van mijn moeder had gezegd, “Als ze dit 10 jaar later had gekregen was ze genezen want binnen 10 jaar is er een alomvattend medicijn tegen kanker”. Ja ja. Toen mijn vader eind tachtiger jaren aan maagkanker overleed waren we ruim 40 jaar verder en was er voor hem nog steeds geen medicijn. Ook toen was er nog geen voorzorg, er was geen nazorg, er was geen Intermezzo en er waren geen praatpalen. We hadden de familie waar we onze gevoelens kwijt konden. Maar was het de verkeerde tijd? Ik geloof niet dat je dat zo mag en kan zeggen. Iedere tijd heeft zijn eigen ritme en eigenschappen. In iedere tijd worden mensen geboren en nemen mensen afscheid. Dat we nu in een tijd leven dat de meerderheid van de kankerpatiënten een grote kans op genezing heeft is een zegen. Ik ben een van die bofkonten die genezen is. Wellicht de eerste in mijn familie. Maar daarom leef ik nu nog niet in een betere tijd. Als we een betere tijd willen dan moeten we dat niet alléén zoeken in wetenschap, economie, techniek of in een combinatie van die drie. We moeten het voornamelijk zoeken in onze levenshouding. Naar onszelf maar vooral naar anderen toe. Dan kunnen we bij ons afscheid zeggen dat we in een betere wereld leefden. Precies zoals mijn vader het bedoelde.


Jan Pot