’s Nachts lag ik er wakker van. Hoe komt het toch dat ik zo slecht loop en zo snel moe ben. Waarom kan ik niet, zoals mijn geliefde collegablogger van IntermeZZo, een afstand van Porto naar Santiago de Compostella lopen? Het hoeft niet hardlopend te zijn, gewoon wandelen zou ik al prima vinden. Vorig jaar om deze tijd was de kanker weg, maar …

…er begonnen andere symptomen de kop op te steken: hartklachten en altijd moe. De ene specialist werd ingeruild voor de andere. Van teruggekeerde kanker, waar je toch bang voor bent, was gelukkig geen sprake. Nu, na medische ingrepen en medicijnen, ben ik weer zo ver dat ik met veel moeite vijf kilometer kan wandelen. Daar doe ik dan wel anderhalf uur over en ik moet dan ieder half uur vijf minuten rusten, maar toch. Uit de trainingsleer weet ik dat je om beter te presteren je grens moet verleggen wat in dit geval betekende dat ik langere afstanden moest gaan wandelen. Dat wilde ik wel graag maar zag er tegenop als tegen een berg. Maar eens moest het er van komen. De maandag leek me een uitgelezen dag voor zo’n lange wandeling. Dan ben je uitgerust van het weekend, dan is het rustig langs de wandelpaden en vaak ook nog goed weer. Vol goede moed ging ik op een maandag in de juiste kleding met een kleine proviand en een goed humeur op pad voor mijn lange tocht. De start was op het Petuniaplein in Westenholte. Het was prachtig weer. Warm en zonnig.

Gezondheids-prestatie-gericht
Ik keek bij vertrek op mijn horloge, prentte de tijd in mijn geheugen en liep via het Stinspark het dorp uit op weg naar de Spooldersluis. Na ongeveer een kilometer kwam ik bij een bankje en kreeg de sterke neiging om te gaan zitten. Rusten en overdenken hoe het verder moest want ik was veel te snel gestart. Ik kon de verleiding weerstaan, liep door in een rustiger tempo. De brug stond wagenwijd open en de sluis lag vol met allerlei leuke pleziervaartuigen. Voor en bij de brug een aantal wachtende fietsers. Grijs of kaal maar allemaal met een zeer jeugdig en fris elan: de gepensioneerde fietsbrigade. Ze knikten of wensten me een goede morgen of een fijne wandeling en ik voelde me enigszins gesterkt. Ik was niet de enige gezondheids-prestatie-gerichte gepensioneerde brigadier. Een kort stukje in de schaduw en dan de lange oploop naar de dijk. Het ging behoorlijk omhoog en met kleine pasjes lukte het wel. Ik had nu bijna een half uur gewandeld en bij gebrek aan een bank hing ik een paar minuten over een hek met een prachtig uitzicht over de IJssel. De verdere tocht over de IJsseldijk was heerlijk. Wat een prachtig uitzicht, wat een mooie natuur. In de verte het geluid van een grasmaaimachine, zingende vogels en de geur van vers gemaaid gras. Hoe verder ik kwam hoe beter het ging. Wel moe maar goed in staat om in een rustig tempo door te lopen.

Verrassing
Die IJsseldijk. Ik moest denken aan mijn toenmalige vriend en schrijver Kader Abdolah die in de negentiger jaren in Westenholte woonde. Regelmatig liepen we samen over deze dijk en filosofeerden over van alles en nog wat. Bijna bij de uitspanning van de Vreugderijkerwaard werd ik ingehaald door een wandelaarster die me meedeelde dat het heerlijk wandelweer was. Ze bleef een tijdje bij me lopen en vertelde dat ze iedere dag hier kwam om twee uur te wandelen. Ja, ze liep ook wel eens naar het Zalkerbos en naar Wilsum maar dit gedeelte van de dijk vond ze toch het mooist. Bij de afslag naar Westenholte namen we afscheid. Zij bleef de dijk volgen, ik ging weer richting bewoonde wereld. Bij de geheel schoongemaakte Kieftenplas aan de Zalkerdijk staat tegenwoordig een bankje en met enig gevoel voor drama plofte ik er op neer. Tot mijn verrassing zag ik grote goudkarpers aan de oppervlakte zwemmen. Loom en traag bewogen ze zich door het vast wel erg warme water. Nog 1,5 kilometer en ik was weer op het Petuniaplein. Het gaf me moed. Zo’n stukje moest er toch nog wel bij kunnen. Langs het fietspad langs de ijsbaan bereikte ik o zo moe maar zeer voldaan het Petuniaplein. Ik keek opnieuw op mijn horloge. Twee uur onderweg geweest en bijna acht km gelopen. ‘s Avonds kon ik niet uit mijn stoel komen. Stijf en stram protesteerde mijn lichaam als reactie op mijn lange tocht. Volgende week weer en kijken of het dan iets beter gaat.

’s Nachts droomde ik dat ik samen met Marlies, de collega-blogger van IntermeZZo, terug liep van Santiago naar Porto…
Jan Pot

Aanmelden voor de blogbrief

Hoe kunt u ons bereiken?

038 - 424 60 88