Ongeveer een jaar geleden kreeg ik bij Intermezzo het advies om meer te wandelen. Goed voor het overgewicht, goed voor het herstel en goed om het brein weer eens schoon te krijgen na de vervelende ziektejaren.
Dus ga ik een keer per week ’s middags met een bevriende leeftijdgenoot wandelen. We gaan meestal met de auto richting Noord-Veluwe en lopen dan een paar uur door de bossen. Een van ons tweeën weet onderweg altijd wel ergens een bankje te staan waar we dan wat drinken en/of een banaantje eten.
We hebben tijdens onze wandeling en op het bankje heerlijke gesprekken over van alles en nog wat. Soms heel serieus, soms hebben we iets belachelijks meegemaakt waar we dan uitgebreid om schateren of gniffelen. Maar het is altijd prijs.
Laatst kregen we het ineens over vroeger, over onze jeugd. De tijd van pak hem beet 1945 – 1960. Het ging er om dat we tegenwoordig voorzien zijn van alle gemakken terwijl we in die tijd blij waren dat we eten hadden. (Nee, dat is niet overdreven) Dat veel mensen door al die “gemakken” waarschijnlijk ook “makkelijker” worden. Makkelijker in de zin van “oh, dat komt wel goed, daar wordt wel voor gezorgd”.
Het was een tijd waarin werkelijk alle verworvenheden van de laatste 50-60 jaar ontbraken. Een tijd die zo anders was dan de huidige, dat bijvoorbeeld mijn kleinkinderen vol ongeloof en verbazing zijn als opa vertelt. En ja, als je daarover praat of schrijft is het ook ongelofelijk. Niet voor te stellen wat er binnen één generatie allemaal veranderd is. En dan bedoel ik geen wereldzaken maar het gewone dagelijkse leven.

Hoe kunt u ons bereiken?

06 53767145